Overdenking geloofsviering Roze Zaterdag

Gemeente van Christus, lieve mensen,

Nog maar kort geleden zaten miljoenen mensen, misschien hoorde u, hoorden jullie daar ook wel bij, aan de buis gekluisterd en wisten zich geraakt door de kerkdienst bij het huwelijk van prins Harry en Meghan Markle. In die viering hield de charismatische bisschop Michael Curry een bevlogen preek over de liefde. Of misschien beter gezegd: hij zong de lof van de liefde als de weg tot geluk en een betere wereld. Zo zei hij onder andere:

“Als liefde de weg is, dan zal er op deze aarde nooit meer een kind met honger naar bed gaan. Als liefde de weg is, dan zal gerechtigheid op ons neerdalen als een machtige stroom, dan zal rechtvaardigheid als een eindeloze beek vloeien. Als liefde de weg is, dan is armoede verleden tijd. Als liefde de weg is, dan zal de aarde een toevluchtsoord zijn. Als liefde de weg is, dan zullen we onze zwaarden en schilden neerleggen, down by the riverside, en zullen we ons met oorlog niet meer bezighouden. Als liefde de weg is, dan is er ruimte voor al Gods kinderen. Want als liefde de weg is, dan zullen we met elkaar omgaan, wel, als familie. Als liefde de weg is, dan weten we dat God de bron is voor ons allen, dan zijn we broeders en zusters, kinderen van God.”

Het zijn geweldige en inspirerende woorden, zeker ook uit de mond van deze bisschop die een zeer begenadigd en enthousiasmerend spreker is. En vanuit het geloof en vanuit het evangelie zeg ik het hem graag na: liefde is de enige en echte weg, liefde verbindt, geeft ruimte en doet ons mensen tot bloei komen.

En tegelijk vond ik het, zonder cynisch te willen zijn, ook een verhaal dat haast te mooi was. Natuurlijk, liefde is prachtig en brengt mensen tot grote hoogte, tot daden van altruïsme en goedheid. De roze bril die maakt dat we in alles en iedereen iets goeds kunnen zien en dat we ons beste zelf kunnen zijn. Maar, mensenkinderen, wat is het soms ook een getob met de liefde. Wat kunnen we onszelf tegenkomen of tegenvallen. Wat kunnen de verwachtingen en oordelen van anderen ons verdrietig maken. En die ideale wereld, wat lijkt die nog vaak ver weg.

Ik moest bij het mooie verhaal van Michael Curry ook denken aan een gedicht dat Toon Tellegen schreef bij dat grote bijbelse loflied op de liefde uit 1 Korintiërs. In die bijbeltekst schrijft Paulus over de kracht van de liefde, die alles verdraagt, alles gelooft en alles hoopt. En hij roept de christenen in Korinthe op om volgens die onbaatzuchtige liefde te leven. Het zijn woorden die nog altijd hun zeggingskracht niet verloren hebben, maar die ook wel heel idealistisch zijn. En zo kruipt de dichter Toon Tellegen in onze tijd in de huid van die Korintiërs aan wie die hoge woorden gericht waren en verwoordt hij hun gedachten en gevoelens na de ontvangst van die brief van de apostel Paulus. En dat klinkt in zijn poëtische taal dan als volgt:

…het zijn mooie woorden
Wij hebben ze aan alle kanten bekeken
We hebben ze ook aangekleed en laten dansen.
Ze konden er niets van.
Ze trapten op elkaars tenen, klemden zich aan elkaar vast
en vielen om.
We moesten ze ophijsen – ze konden zelf niet overeind komen.
We hebben ze in een luie stoel gezet,
Ze slapen nu.
Ze snurken.
Als ze wakker worden zien we wel verder.
Als ze wakker worden.

Wat ons rest zijn onrust, verlangen en onhandigheid,
die drie
en van die drie onhandigheid het meest.

De liefde is prachtig, meeslepend, maakt de wereld mooier. Maar soms weten we er als mensen geen raad mee. Lopen we met onze ziel onder de arm, omdat ons verlangen niet beantwoord wordt. Zijn we diep verdrietig om we ons niet geaccepteerd of gezien voelen, of zitten we er mee dat we op onze beurt een ander niet kunnen begrijpen en zijn of haar keuzes niet mee kunnen maken. En wat kunnen we dan met die mooie, grote woorden?

 

En voor jullie denken dat dit wel een erg somber verhaal wordt voor een mooie dag als deze: ik geloof dat hier juist hier, in de realiteit van het leven van alledag met onze onhandigheid en onze goede bedoelingen, met onze schoonheid en onze beperkingen, de kracht van de liefde pas ten volle openbaar kan worden.
De echte kracht van de liefde vinden we niet daar waar mensen perfect zijn en waar alles klopt – en gelukkig maar want dan zouden we heel lang naar de liefde moeten zoeken – nee de ware liefde vinden precies hier, tussen alle menselijk gedoe, in onze hoop en ons verlangen,
daar waar mensen niet alleen liefhebben maar ook botsen, daar waar we elkaar kunnen vergeven omdat we geen perfectie van de ander en van onszelf verwachten, maar oog en hart hebben voor alle kanten van het mens-zijn in dit mooie lastige prachtige bestaan.

En daarbij denk ik aan één van de zinnen die mij altijd het meest raakt in de bijbel, namelijk de zin uit het evangelie van Matteus die vertelt hoe Jezus met ontferming bewogen wordt als hij naar de mensen kijkt en ziet hoe vermoeid en belast ze zijn. Voor hem is dat een kern van het geloof en het evangelie: dat er met ontferming, met liefde, naar ons gekeken wordt. Juist ook waar we niet perfect zijn, waar we onze idealen misschien niet waar kunnen maken, waar we leven van verlangen om echt gezien en gekend te zijn, ook met wat niet mooi aan is, met waar we ons voor schamen misschien. En dat er dan nog steeds van ons gehouden wordt.

In de brief van Johannes lezen we dat we in de liefde God kunnen kennen. Waar wij ons geliefd weten door God, waar wij voelen dat we er mogen zijn met alles wat we in ons meedragen: onze geaardheid, ons karakter, ons talent, ons onvermogen, onze hoop, precies daar leren wij ook God kennen, want op die manier is Hij liefde. God houdt van de schoonheid in ons en van de brokkenpiloot in ons.
En de oproep vanuit de Bijbel is dat we ook zo van elkaar mogen houden. Dat we een ander niet moeten willen omvormen naar ons ideaal, maar dat we elkaar mogen liefhebben om wie de ander ten diepste toe is. Zoals we overigens ook onszelf mogen liefhebben. Met ons geloof, onze twijfel, ons verstand, onze seksualiteit, onze creativiteit, onze binnen- en onze buitenkant. Alles wat ons maakt tot wie we zijn.
In de mooie animatie-film The Prince of Egypt (over het leven van Mozes) zit een prachtig liedje met als refrein de zin: Look at yourself through heavens eyes. Precies dat is wat we mogen doen: naar onszelf en elkaar kijken met de ogen van God, die bovenal een God is van liefde en ontferming. En die met dezelfde ogen van liefde kijkt naar alle mensen, hoe wonderlijk of anders ze in onze ogen ook zijn.

Sterker nog juist omdat de ander anders is. Omdat het zo mooi is dat God ons zo divers geschapen heeft, verschillend in aard en voorkeur. Omdat het zo mooi is om te zien op hoe veel verschillende manieren mensen van elkaar kunnen houden. Omdat mensen niet gemaakt zijn om in een hokje te zetten, maar juist om de vleugels uit te slaan. Om onze ware kleur te laten zien.

En dan zien we in elkaar en in onszelf denk ik ook meer en grotere schoonheid dan we op het eerste gezicht zagen. Zien we opeens hoe mooi we zijn. Hoe prachtig is om elkaars kwetsbare kant te mogen zien. Hoe bijzonder om te ontdekken dat we vaak veel sterker zijn dan we dachten. Hoe verrassend en inspirerend het is dat we gelijk zijn en toch allemaal anders. Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, dichtte K. Schippers ooit. Als we om ons heen kijken, zien we hoe mooi het is alles. En ik hoop dat daar juist ook in onze kerken alle ruimte voor is, zo veelkleurig als de ramen van deze kerk, zo vormen alle mensen immers een hemels mozaiek.

Wanneer we zo met God meekijken maakt dat we zowel de Eeuwige beter leren kennen als elkaar. En zo komt zelfs die ideale wereld waar Michael Curry in het spoor van Paulus over sprak dichterbij. En ontstaat er ruimte voor iedereen.

Dat is iets wat we niet in ons eentje kunnen overigens. Daar hebben we elkaar voor nodig. Niet ondanks, maar juist door onze verschillen en veelkleurigheid. We hoorden vanmorgen ook een andere bijbeltekst. Uit het Aloude Testament klonken de woorden die tegen diezelfde Mozes worden gezegd:
“Zeg tegen de gemeenschap van Israël: Wees heilig, want ik, jullie God, ben heilig.” Ik heb dat lang een lastige zin gevonden, want is de kans niet groot dat ik me aan die opdracht vertil? Heilig zijn, dat klinkt wel heel vroom en groot. Tot ik van de Joodse filosoof (en rabbijn) Marc-Alain Ouaknin leerde dat het essentieel is dat deze zin in het Hebreeuws in het meervoud staat. In de Joodse traditie, zo zegt hij, kun je niet heilig zijn in je eentje. Alleen met elkaar kunnen we een samenleving bouwen waarin elk mens tot haar recht komt, waar ieder die ruimte vindt die hij nodig heeft.
Heiligheid, dat heeft te maken met respect voor het leven dat door God gewild en gemaakt is en dat per definitie een veelkleurig leven is, zowel aan de buiten- als aan de binnenkant.
God heeft ons gemaakt zoals we zijn, daarom mogen we onszelf zijn en daarom ook mogen we elkaar liefhebben en respecteren, ook als we een ander misschien niet begrijpen of kunnen plaatsen. Omdat elk mens een kind van God is.

Ik geloof dat dat onze grootste opdracht en ons grootste geschenk is: om in onszelf en in de ander altijd dat kind van God te zien. Dat is de roze bril waardoor we steeds mogen kijken. Die bril verhult niet dat we verre van perfect zijn, nog altijd is er de realiteit van onhandigheid, van verdriet en moeite en van teleurstelling soms, maar al die dingen zijn niet meer bepalend.
Bepalend is de liefde die ruimte maakt om onszelf te zijn of steeds meer te worden, met al die prachtige, wonderlijke en ontroerende verschillen die maken dat de mensheid zo’n veelkleurig palet is.

Liefhebben is de manier van leven die voortkomt uit het besef dat je uit God geboren bent en het is ook: de ander kunnen zien als beelddrager van God. Waar we dat kunnen met en door elkaar licht de heiligheid van God op in ons bestaan en komt er ruimte voor iedereen.

Amen.