Preek bij de Vredesweek 2017, oecumenische viering

“Bij een doorslaand succes wordt de vredesweek verlengd.”

Deze zin van Loesje geeft treffend het gevoel weer wat we kunnen hebben bij de jaarlijkse vredesweek: want wat schieten we er nu eigenlijk mee op?

Of zoals een van de liederen uit het liedboek zegt:

Zal er ooit een dag van vrede,

zal er ooit bevrijding zijn
voor wie worden doodgezwegen,
levenslang gebroken zijn?

Zal er ooit een blijvend heden
vol van goede vrede zijn,
waar geen pijn meer wordt geleden
en het leven nieuw zal zijn?

We staan stil bij vrede, we praten over vrede, we zien soms kleine of grotere veranderingen die hoopvol stemmen, maar geloven we er echt nog in? In dat visioen van vrede, in die gerechtigheid die nabij is – zoals de profeet Jesaja verkondigt -, in een wereld waarin de mensen goed zijn voor elkaar, waarin het licht het heeft gewonnen van de duisternis.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik word nogal eens in beslag genomen door moedeloosheid en cynisme. Door de gedachte dat het altijd zal blijven zoals het is. En ik kan dan niet meer verder kijken dan het eerste gezicht.
Ik zie het zwart op wit van de krantenkoppen, maar niet meer het wit op zwart van het handschrift van God. Ik zie de feiten en heb geen oog meer voor de mogelijkheden daarachter. Ik mis kortom, de verbeelding, en dat maakt somber en inderdaad cynisch.

En daarom was ik zo blij met het thema van deze Vredesweek: de kracht van verbeelding. Omdat ik geloof dat het daarmee begint: met toch durven dromen, met je mee laten nemen door het visioen, maar je voor kunnen stellen hoe het ook zou kunnen ook al zegt de wereld in allerlei toonaarden dat het niet kan.

Bij ons thuis hangt een poster uit de serie Omdenken, met de woorden: Iedereen wist dat het niet kon, tot er iemand kwam die dat niet wist.

Iedereen wist dat het niet kon, tot er iemand kwam die het niet wist.

Je kunnen voorstellen dat iets mogelijk is, is het begin van de verwerkelijking ervan. Als je zicht niet benomen wordt door beren of leeuwen op de weg, zie je een andere horizon. En daar kan de zon op een nieuwe manier opgaan.

Al die profeten uit de bijbel, met Jesaja als een van de groten ervan, leefden daarvan. Ze schilderen een andere wereld. En omdat ze erin geloven kon het ook mogelijk worden. En durfden ze een begin te maken.

We hebben mensen nodig die ons meenemen in de kracht van hun verbeelding. Juist ook in kwesties van vrede en gerechtigheid. De Amerikaanse hoogleraar en directeur van een belangrijk vredesinstituut in de Verenigde Staten John Paul Lederach noemt dat ‘moral imagination’: morele verbeelding. In situaties van uitzichtloosheid hebben we mensen nodig die beelden hebben van rechtvaardigheid, van verandering, van vreedzame plaatsen van alternatieven. Die voor zich zien hoe het zou kunnen. Praten over vrede in het algemeen is mooi, maar blijft ook abstract. Terwijl als iemand een concreet idee heeft je je met elkaar geïnspireerd kan voelen om de handen uit de mouwen te steken en een begin te maken.

Ooit zag iemand voor zich hoe muziek kinderen in oorlogssituaties kon helpen hun emoties een plek te geven. Anderen werd enthousiast en gingen workshops organiseren en ze zagen dat het werkte: de muziek had een bijzonder en helend effect. En zo ontstond de Stichting War Child, die nu met allerlei creatieve methode voor kinderen in verschillende gebieden een nieuw perspectief biedt en helpt om een nieuwe start te maken.

Of: een kleine groep ouders droomt van een school in Israël waar Joodse en Arabische kinderen samen naar school gaan. En nu, ruim tien jaar later, zijn er 15o families betrokken bij deze bijzondere school waar kinderen uit twee bevolkingsgroepen opgroeien in vriendschap en niet in haat of vooroordelen over elkaar.

Talloze voorbeelden zijn er te verzinnen van dromen die uitgroeiden tot een hoopvolle en heelmakende realiteit. En ik denk dat precies dat ook is wat de bijbel ons leert.

Huub Oosterhuis schreef ooit: “De bijbel is geladen met de kracht, met de hoop die zich niet verzoent met de feiten. De bijbelse godsdienst is een doorlopend geding, een dagelijks kort geding tegen het cynisme. De aanklager van dat cynische systeem – bestaande orde! – en de advocaat van de slachtoffers is in de bijbel God zelf. Hij roept: ‘hoe lang nog? Doe recht de minste, het weeskind, de arme, de berooide, vernederde – red hen die geen verweer hebben.”

Je neerleggen bij hoe het nu eenmaal is, dat is – om nog maar eens een begrip uit onze traditie aan te halen, dat is zonde. Zonde gaat niet over fatsoensnormen, over wat hoort en misschien niet hoort, zonde is het wanneer mensen niet tot hun bestemming komen. En tot onze bestemming komen we als we in ieder geval in vrede en veiligheid mogen leven. En het is zonde als we kansen op vrede en verandering laten liggen omdat we er niet meer in geloven, omdat we niet meer durven dromen.

Maar dat vraagt wel creativiteit en verbeelding, het vraagt om speelsheid, om omdenken inderdaad. In de epistellezing die voor vandaag ook op het rooster staat, ene deel uit de brief van Paulus aan de Galaten, staat: Jullie zijn geroepen om vrij te zijn. En: Indien jullie door de Geest geleid worden, dan zijn jullie niet onderworpen aan de wet.”

Dat is geen pleidooi voor losbandige wetteloosheid, zo van: leef maar raak. Het gaat het er bij Paulus om dat christenen zich in het leven laten leiden door wat goed is, door die dingen die recht doen aan de mens als schepsel van God.

En dat kan betekenen dat mensen opstaan tegen de regering. Of tegen de kerk. Tegen hun opvoeding. Of tegen de maatschappelijke verwachtingen. Omdat ze zich willen voegen in de weg van God, omdat ze in het spoor van Jezus willen leven van ontferming en barmhartigheid. Omdat ze geloven dat ieder mens tot bloei mag komen.

Van de week hoorde ik iemand zeggen: Als gehoorzaamheid ene zonde wordt, mag je opstaan tegen de tiran.

Wanneer gehoorzaamheid wordt gevraagd om mensen te kleineren, dan mag je ongehoorzaam zijn. Wanneer de regels zo worden toegepast dat ze een doel in zichzelf worden en alle humaniteit erdoor verdwijnt, laat je dan leiden door de Geest. En weet je vrij. Vrij om zo te leven dat gerechtigheid en vrede dichterbij komen.

Dat vraagt overigens wel een kritische houding. Niet alleen naar de wereld om je heen, naar anderen, maar ook naar jezelf. Een kritische houding waarbij je je eerlijk afvraagt vanuit welke motieven je handelt.

En het vraagt om verbeelding. Om achter de krantenkoppen die kleine verhalen te zien die hoop geven. Om gewoon maar te beginnen als je een goed idee hebt.

En gelukkig zijn er talloze voorbeelden die kunnen helpen om weer te gaan geloven en om zelf zin te krijgen de handen uit de mouwen te steken. Kijk alleen maar eens op de website BlijNieuws.nl, een geweldig Gouds initiatief, een site vol verhalen die de andere kant van het nieuws laten zien, het goede nieuws.

Of vraag gewoon eens aan elkaar: Waar droom je van? Of wat maakte jou deze week hoopvol?

Kijk eens anders naar de wereld. Met de kracht van de verbeelding. En misschien begint dan wel haast als vanzelf ene eindeloos verlengde vredesweek.

Amen.