Doopdienst 3 september 2017

Overweging doopdienst op 3 september 2017

Gelezen: Tobit 5:17-22 en de volgende tekst:

Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken,
blijf ik denken zoals ik altijd dacht.

Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht,
blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd.

Als ik blijf geloven zoals ik altijd heb geloofd,
blijf ik doen zoals ik altijd heb gedaan.

Als ik blijf doen zoals ik altijd heb gedaan,
blijft mij overkomen wat mij altijd overkwam.

Maar als ik nu mijn ogen sluit
en mijn ware zelf voel van binnen,
dan kom ik deze cirkel uit
en kan ik steeds opnieuw beginnen.

— Auteur onbekend.

We hoorden na de lezing het volgende nummer van Spinvis, gezongen door Laïs.

Overweging:
De Amerikaanse kinderboekenschrijver dr. Seuss schreef het ooit zo mooi in zijn treffende stijl:
“Today you are You, that is truer than true. There is no one alive who is Youer than You.”
Zijn speelse taalgebrek is lastig te vertalen, maar het betekent zoveel als: “Vandaag ben je jij, dat is waarder dan waar, er is niemand op aarde, die jijer is dan jij.”
Niemand is meer jij dan jij. Elk mens is uniek. En tegelijk is ook die andere kant waar: wij mensen zijn er altijd een van velen. Ons spoor gaat in dat van onze voorouders, wij verhouden ons tot de mensen in onze omgeving en voor een deel lijken onze levens ook op die van hen. Soms zijn we misschien minder uniek dan we zouden willen.

Tussen die twee polen, van onze uniciteit aan de éne en de algemene kanten van het mens-zijn aan de andere kant, zoeken wij in ons leven naar wie we zijn en gaan we stuk voor stuk en ook samen onze levensweg.

Het bijbelverhaal over de reis van Tobias dat de doopouders voor vandaag kozen past heel mooi bij het thema van het leven als een reis, en het verbeeldt eigenlijk het verhaal van ieder mensenleven. Het gaat over groei, volwassen worden en je weg vinden als mens.

Tobias gaat op reis om het geld te innen dat zijn vader ooit ergens in bewaring heeft gegeven. Hij begint, zo kun je zeggen, zijn reis in het spoor van zijn vader. Maar onderweg ontvouwt zich voor hem zijn eigen leven: hij vindt de vrouw met wie hij wil trouwen en neemt zo zijn eigen unieke plek in de geschiedenis in door zijn eigen levensverhaal te leven. Hij ontwikkelt zich en wordt zichzelf.

Overigens is dat een proces dat een leven lang voortduurt. Als mens ben je nooit af. En als je als mens wilt blijven groeien en niet wilt vastroesten in gewoontes of ideeën, betekent dat ook dat je open moet blijven staan voor verandering. De tweede tekst die we lazen verwoordt dat scherp met een krachtig pleidooi om ook geestelijk in beweging te blijven, om er zo voor te zorgen dat we onszelf niet beperken door te blijven steken in vroeger, maar dat we steeds verder of anders durven te kijken om zo telkens weer verrast en verrijkt te worden. Of we nu twintig zijn of tachtig.

En het mooie van die tekst vind ik dat we eruit leren dat die openheid steeds begint in onszelf: door te luisteren naar ons innerlijk, naar onze ziel, leren we wat wel en niet bij ons past in de verschillende fases van ons leven. En vanuit dat innerlijk weten lukt het ons hopelijk ook de keuzes te maken die bij ons horen. Ook als we daarvoor onbekende wegen moeten inslaan.

Want verandering, hoe beloftevol ook, is niet altijd gemakkelijk. De meeste mensen kennen een grotere of kleinere neiging tot behoudzucht. Je weet wat immers wat je hebt en niet wat je krijgt. Er is, zo zegt de franciscaanse priester Richard Rohr in een prachtig boekje over groei, er is een sterke kant in ons die houdt van de status quo, zelfs als die niet werkt. En om die kant van ons te doorbreken hebben we openheid nodig, inkeer en vertrouwen. Vertrouwen hebben in het leven, in jezelf en in de mensen om je heen is niet voor niets een van de belangrijkste dingen die je als ouders of opvoeders aan een kind mag meegeven. Het is de basis voor een stabiel bestaan van waaruit je het onbekende tegemoet kunt treden. En het is iets dat we telkens opnieuw moeten veroveren op al die ervaringen die dat vertrouwen op de proef stellen. Ook in het geloof is het vertrouwen essentieel, sommige mensen zeggen zelfs dat geloof in essentie vertrouwen is. Soms heel stevig en soms buitengewoon kwetsbaar. Maar het is het enige antwoord op de angst die ons gevangen houdt: vertrouwen dat er een weg zal zijn.

In een mediatieve tekst waarin God direct wordt aangesproken beschrijft theoloog Stephan de Jong het als volgt:
“Als ik een risico neem, hoop ik dat er een weg is naar succes. Als dat succes uitblijft, dan hoop ik op een weg waarop anderen mij zullen helpen. Mochten mensen mij ontbreken, dan hoop ik te kunnen accepteren dat mijn weg soms eenzaam is. En als alles mij ontvalt, mogelijk zelfs mijn leven, dan hoop ik op een weg naar U, God.
Nee, ik houd geen rekening met een weg bezaaid met wonderen, eerder ingezaaid met vertrouwen. Daarmee bedoel ik niet het vertrouwen dat U mij voor alles zult beschermen. Ik zie in U eerder de Heer van de vogels, die op weg gaan zonder te weten waar de dag hen brengen zal. U bent de Heer van al die mensen die leven van de hoop en die op weg gaan in vertrouwen dat er, ook als alles zou doodlopen, toch een weg zal zijn.”

Tobias ging op weg in vertrouwen. En het mooie vind ik dat hij dat vertrouwen voor een belangrijk deel daaraan ontleende dat hij niet alleen op pad gaat. Hij heeft een metgezel die hem zal helpen de weg te vinden.
En hier toont zich weer eens de schoonheid die in zoveel bijbelverhalen zit: als lezer van het verhaal weten we dat die metgezel van Tobias, die zich voordoet als een gewone man, in feite de engel Rafaël is. God maakt heel, betekent die naam. En er wordt hier gespeeld met de rol van engel en van mens. Als mensen kunnen we engelen zijn voor elkaar. En door ons aan elkaar te geven als mensen maakt God ons heel, zo zou je kunnen zeggen.

Op je levensweg heb je mensen nodig die een engel voor je zijn. Die op het juiste moment het juiste woord spreken of die met jou weten te zwijgen, daar waar woorden ons ontbreken. Mensen die er zijn als alles je teveel wordt of als er niets over lijkt te blijven van wat het leven de moeite waard maakt. Waar we dat voor elkaar doen, vertegenwoordigen we God en zijn we een Rafaël voor elkaar.

Nog niet zo lang geleden las ik in de Volkskrant een stukje dat daaraan raakt en dat mij trof en bijbleef. Het gaat om een column van de schrijver Arnon Grunberg, die in zijn Voetnoot (zijn dagelijkse tekst op de voorpagina van de Volkskrant) schreef:
“Ik was Zomergasten met Frans de Waal aan het kijken en hoewel de uitzending boeide, moest ik aan het werk. Juist op dat moment werd een fragment vertoond waarin primatoloog Jan van Hooff een stervende vrouwtjeschimpansee bezoekt. Ik bleef geëmotioneerd kijken. Dat verbaasde me.
Uiteindelijk gaat het erom hoe je je verhoudt tot het lijden van de ander, en ieder mens is voor de ander een aap, oftewel ondanks alle overeenkomsten wezenlijk anders. Vreemd. Dikwijls duister.
Van Hooffs houding is instructief. Hij dringt zich niet op, benoemt het lijden niet, respecteert de grenzen van de aap. Hij biedt zijn stem en zijn huid aan.”

Wat ik zo mooi vind aan dit stukje is de manier waarop Grunberg beschrijft hoe je de ander nabij kunt zijn en tegelijk de grenzen van die ander kunt respecteren. Hoe je aanwezigheid alleen al soms genoeg is. En ook hoe we in de ander onszelf kunnen herkennen en tegelijk steeds weer zien hoe verschillend we zijn, en dus hoe uniek elk van ons is.

Dat unieke maakt overigens ook dat niemand anders onze rol op aarde over kan nemen.
Stuk voor stuk brengen we door ons leven ons eigen verhaal in, in dat grote geheel van verhalen. En alleen daarom al zou het zonde zijn als we niet de ruimte zouden nemen om onze eigen weg te vinden en de moed om op onze eigen manier naar de dingen te kijken en ons daarin te blijven ontwikkelen. En een ander de ruimte te geven anders te kijken dan jij.
Want alleen dan kun je, door mee te kijken met die ander, soms zelf ook weer iets nieuws ontdekken.

Het leven is een weg tussen die twee polen: onszelf en de buitenwereld, onze eigen ontplooiing en onze verantwoordelijkheid voor elkaar, onze aardse en onze hemelse kanten. En de uitdaging is daar in ons leven het juiste midden in te vinden. In moed en vertrouwen, door los laten en de dingen nieuw te zien. En door steeds weer tot onszelf in te keren en te ontdekken dat onder al die andere lagen, waar in het leven als bij een ui steeds nieuwe schillen als een harnas om ons heen zijn gegroeid, onze kern nog altijd verborgen ligt. En waar we die bloot kunnen leggen voor onszelf, voor God en voor elkaar, daar bloeien we op en komen we tot onszelf. En dan vinden we vanzelf ook wel de weg die vooruit loopt. Of beter gezegd: daar maken we die weg.

Om het tot slot met woorden van liturg Niek Schuman te zeggen:

In de woestijn lopen geen wegen
dan die dagelijks worden gemaakt:
zeer weerbarstige smalle paden
om de hoek van puntige rotsen,
op het gevaar van schrammen af.
Wie niet teveel aan ballast voert,
leent een schouder aan een kind,
een arm aan een oververmoeide,
een hart aan wie twijfelt.
Wie echter veel heeft meegesjouwd
uit een voorgoed voorbij verleden
krijgt ademnood en verlies vaart, steekt ook geen vinger uit.
Of laat liever toch wat achter en veert op, lichtvoetiger nu,
houdt adem over en ook handen voor wie zoeken naar de weg.

Het leven is een kwestie van in vertrouwen op weg leren gaan, van vasthouden aan datgene waar je in gelooft, van loslaten als dat je verder helpt, van nieuwe dingen durven zien en durven doen en voor elkaar een engel zijn.

Amen.