Blog van Kim

 

Column: Samen delen

‘En zij hadden alles gemeenschappelijk.’ Door deze woorden over de eerste christengemeentes heb ik me altijd aangesproken gevoeld.

Het feit dat ik opgroeide in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw hebben daar volgens mij ook aan bijgedragen. In mijn jeugd kon ik het leven in een commune nog idealiseren, van de nadelen ervan wist ik minder. De schrijnende verhalen van kinderen die opgroeiden in bijvoorbeeld vrijstaat Christiana krijgen pas de laatste jaren meer aandacht. In mijn tienerjaren dacht ik als vroom en tegelijk rebels meisje dat ‘alles samen delen’ toch eigenlijk de ideale vorm van samenleven inhield.

Ondertussen is er bij mij wel het een en ander veranderd. Ik hecht aan mijn privacy en aan bepaalde bezittingen. Ik ken de verhalen van mensen die beschadigd uit allerlei vormen van gemeenschappelijk wonen en leven zijn gekomen. En ik trek me zo af en toe graag terug, hetzij met mijn gezin, hetzij gewoon helemaal alleen. Maar toch…

Die woorden uit het bijbelboek Handelingen blijven hun appèl op mij uitoefenen. En misschien hoeven we dan niet alles gemeenschappelijk te hebben, maar wel meer dan nu het geval is. Zeker ook vanuit de inspiratie van het evangelie zoek ik naar een manier van leven waarin we meer met elkaar delen. Van ons geld, ons goed en onze talenten. Ik veer dan ook op bij het zien van allerlei nieuwe initiatieven die daar in meerdere of mindere mate mee te maken hebben.

Zo werd ik onlangs geraakt door het volgende filmpje:

We hebben dit in april 2016 ook in de dienst gebruikt. We concludeerden dat we het een mooi idee vonden en we lieten ons er op onze eigen manier door inspireren. Alle aanwezigen in de dienst schreven op een post-it papiertje iets dat ze te geven hadden aan een ander, of juist iets dat ze nodig hadden.

Het werd een bonte verzameling van vraag en aanbod. Variërend van iemand die een fiets in de aanbieding had tot iemand die kleding wilde vermaken voor anderen. Van een kerkganger die hulp zocht bij het maken van suikerbrood tot een jongen die bij anderen in de tuin wilde werken. Mijn hippie-hart sprong op en er werden gelijk een aantal matches gemaakt.

De gemeente zoals beschreven in Handelingen, maar dan een tikje realistischer. Voor mij in elk geval. Maar ook bij anderen zag ik iets van dat realisme terug, bijvoorbeeld in dit ontroerende voorbeeld van wat er zoal werd opgeschreven zondag:

plaatje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In goede en slechte tijden?

IMG_4221

In aansluiting op mijn vorige column viel mijn oog op een kort berichtje in de de Metro (zie boven). Blijkbaar is het niet voor niets dat Facebook ook wel cynisch Feestboek wordt genoemd. We zitten er, zo vertelt bovenstaand onderzoekje ons, niet op te wachten om de persoonlijke problemen van onze ‘vrienden’ voorgeschoteld te krijgen.

Openbaart hier zich gewoon het verschil tussen echte vrienden en online vriendschappen? Willen we voor de eerste groep wel de tijd en de ruimte maken om ook hun problemen en ongemakken aan te horen en houden we de contacten met de tweede groep liever oppervlakkig? Dat kan natuurlijk. Maar het zou ook kunnen dat er nog iets anders achter zit. Dat we liever niet te veel met de problemen van anderen geconfronteerd worden, omdat we er dan wat mee moeten. Delen is immers, zo zou je kunnen zeggen, mede-verantwoordelijk maken. Als je eenmaal iets weet over iets of iemand, dan moet je je ertoe verhouden. En dat is niet altijd makkelijk of leuk. Het zou best kunnen dat we daar liever voor weglopen. En dus geen zin hebben in vrienden die ons hier ongevraagd mee ‘lastig vallen’.

Ik kan me daar best wat bij voorstellen. Maar ik vind het tegelijk ook jammer. Want het brengt begrip en betrokkenheid wanneer we meer van elkaar weten dan alleen de succesvolle verhalen. “Moet dat nou via Facebook?”, vroeg iemand mij laatst over een wederzijdse kennis die iets postte over een haar ziek-zijn. En mijn reactie was: “Graag zelfs”. Ik was blij dat ik het wist en daardoor mijn betrokkenheid kon laten zien door (in dit geval wel in ‘real life’ even een kaartje te sturen).

Juist wanneer we naast de leuke ook de verdrietige dingen met elkaar willen delen, zonder bang te zijn voor ‘zeur’ of ‘loser’ uitgemaakt te worden, kan ook ons digitale leven de diepgang krijgen die het onze aandacht en tijd waard maakt. Dat we niet alles online zetten, omdat we sommige ervaringen met een selectere groep willen delen, spreekt daarbij voor zich. Maar het kan toch niet zo zijn dat we in de openbaarheid alleen maar een glimlach op mogen zetten?

 

 

 

 

 

 

 

Jezelf mogen zijn, jezelf laten zien

Nog altijd ben ik een ouderwets verzamelaar van krantenknipsels die ik vervolgens in mijn agenda bewaar. Aan het einde van het jaar blader ik die oude agenda nog een keer door en sta ik weer even stil bij die dingen die mij opvielen en raakten. Zo kwam ik deze week weer terecht bij dit bericht:

 

Medewerkers van een vastgoedkantoor in de Chinese stad Handan dragen een masker op het werk. Eens per maand laat het bedrijf de teugels wat vieren en gunt het zijn werknemers een ontspannen dag op het kantoor. Vandaag is het een ‘gezichtloze’ dag op het kantoor waarop het personeel met uitdrukkingsloze maskers rondloopt om hun gezicht rust te geven. Op de overige dagen moeten werknemers van dienstverlenende bedrijven de hele dag een glimlach vasthouden.

Ik plaatste dit bericht destijds ook op mijn facebook-pagina, waar de reacties varieerden van ‘heerlijk!’ tot ‘afschuwelijk!’.

Vermoedelijk weerspiegelt de eerste reactie iets van herkenning; herkenning van het gevoel dat we in het leven vaak een rol moeten spelen en de schijn moeten ophouden. En dat het heerlijk is om dat een dagje niet te hoeven. De tweede reactie (‘afschuwelijk’) geeft aan hoe treurig het is dat we zo’n groot gedeelte van de tijd onszelf niet kunnen zijn. Toen ik het stukje zag staan in de krant neigde ik zelf naar de tweede reactie. Nog afgezien van het feit dat het me geen sinecure lijkt om de hele dag zo’n benauwend masker te moeten dragen, zou het voor mij vooral ook voelen alsof ik normaliter niet geaccepteerd werkelijk word op de werkvloer.

Natuurlijk is het nuttig en sociaal om niet al je emoties continu de vrije loop te laten en je soms wat beleefder, vriendelijker of behulpzamer voor te doen dan je je voelt. Maar tegelijk biedt een goede samenleving mensen de ruimte zich te laten zien zoals ze zijn. Soms opgewekt, soms verdrietig. De ene keer energieker en krachtiger dan de andere keer. Waar mensen zichzelf mogen zijn – met alle mooie en met alle minder mooie eigenschappen – daar leren we elkaar pas echt kennen en krijgen we denkelijk ook meer begrip voor elkaar.

Overigens, ook in een omgeving waarin we onszelf mogen laten zien, is het nog niet vanzelfsprekend om je gekend te weten. Wij zijn gecompliceerde wezens, vaak snappen we onszelf niet eens goed. Het gevoel dat je werkelijk gekend bent en zonder oordeel aangezien wordt, is een zeldzame ervaring. Maar wel een ervaring die ons helpt het leven door te komen. Er zijn mensen die zich zo gezien weten door een medemens, een geliefde. Andere koppelen dit unieke gevoel aan God.

Huub Oosterhuis schreef er een lied over, waarin opengelaten wordt wie die ‘jij’ is die de ik-persoon liefdevol doorgrondt. Zijn dochter Trijntje heeft het gezongen en er velen mee geraakt. Hoe je dit lied ook hoort of interpreteert, het is in elk geval een pleidooi voor een leven zonder maskers. Een uitnodiging ook om je in vertrouwen openstellen voor iemand/Iemand die dat vertrouwen niet zal beschamen. In alle kwetsbaarheid, met of zonder glimlach, gewoon zoals je op dat moment bent.

 

 

 

 

 

Kerst, tijd van verbondenheid?!

Misschien hebt u het via internet al meegekregen: de reclame van de Duitse supermarktketen Edeka:

https://www.youtube.com/watch?v=R5fhkCksSfE

Dit filmpje vertelt het verhaal van oudere man die jaar in en jaar uit zonder zijn familie kerst viert en vervolgens een wel heel gewaagde list verzint om daar dit jaar verandering in te brengen. “Kerst, tijd om thuis te komen”, dat is de boodschap van dit filmpje en hoewel die boodschap door de meeste mensen onderstreept wordt, vinden sommigen de reclame toch te ver gaan. Ik zou zeggen: bekijk het filmpje zelf en vorm uw eigen mening.

Mij zette deze commercial in elk geval wel aan het denken. Heb ik voldoende aandacht en tijd gemaakt voor mensen uit mijn omgeving? En die vraag is natuurlijk niet alleen van toepassing op kerst, maar op alle dagen van het jaar.

Verbondenheid is het hele jaar door belangrijk en dat vraagt wat van ons. Familie- en vriendschapsbanden moeten onderhouden worden. Dat kost tijd, we moeten er soms wat voor opzij zetten, maar het is wel belangrijk. En het aardige van deze reclame vind ik het plezier dat het oplevert wanneer we die tijd en ruimte maken. Het is geen opgave alleen (al kan het dat soms ook zijn), vaak brengt het ook onszelf warmte, plezier en een goed gevoel.

Maar het filmpje roept in deze tijd bij mij ook andere gevoelens op: het kerstgevoel wordt hier sterkt verbonden met familiebanden. Maar gaat kerst niet eigenlijk veel dieper en veel verder? Vanuit christelijk perspectief gaat het met kerst juist ook over verbondenheid met mensen die op het eerste gezicht verder van ons af staan. Ik denk dan aan mensen in onze directe omgeving aan wie we makkelijk voorbij lopen. Maar ook aan al die mensen die, losgeraakt van hun eigen omgeving, snakken naar warmte en verbondenheid.

Met die boodschap in mijn achterhoofd werd ik geraakt door een cartoon van Bert Kuipers, die deze dagen ook op internet circuleert:

blog1

Ik hoop dat deze kerst voor u een tijd is van warmte, van warmte geven en ontvangen. En dat het een tijd is van thuiskomen, letterlijk, maar misschien meer nog figuurlijk: ik wens u toe dat u thuis komt bij uzelf bij elkaar en bij God. En ik hoop en bid dat we in onze eigen kring van warmte en licht nooit die mensen vergeten die het zo nodig hebben dat wij met hen delen.

Ik wens u goede kerstdagen toe!

Ds. Kim Magnée-de Berg